Potpourri IV

Wat?

De vierde Potpourriwet bevat diverse bepalingen van zowel strafrechtelijke als burgerrechtelijke aard. Twee zaken uitgelicht:

Centraal Register Collectieve Schuldenregelingen

OVB en OBFG krijgen de opdracht om een Centraal Register Collectieve Schuldenregelingen (CRCSR) op te zetten en te beheren (artikelen 1675/20 tot en met 1675/26 Ger.W.). Dat CRCSR zal worden opgevat als een digitaal platform met toegang voor de diverse actoren in een collectieve schuldenregeling.

Penaliseren nutteloze kosten

In artikel 1017 eerste lid Ger.W. wordt een wijziging doorgevoerd, om een procespartij te penaliseren voor de nutteloze kosten die zij op foutieve wijze veroorzaakt: “Niettemin worden nutteloze kosten, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in artikel 1022, zelfs ambtshalve ten laste gelegd van de partij die ze foutief heeft veroorzaakt”. Het als dusdanig penaliseren van ‘procesmisbruik’ kan enkel worden gezien in de ruimere beweging waarin men ernaar streeft om de rechtbanken te ontlasten. De ontmoediging om de wettelijk bepaalde proceduremiddelen te gebruiken kan tevens niet los worden gezien van de nieuwe ‘administratieve’ procedure invordering van onbetwiste geldschulden (art. 1394/20 e.v. Ger.W., cfr. PP I). Het niet aanwenden van die nieuwe procedure bij het invorderen van een onbetwiste geldschuld kan aanleiding geven tot het veroordelen van de in het gelijk gestelde partij tot de proceskosten.

Waarom?

Advocaten-schuldbemiddelaars zijn als de bevoegde gerechtelijk mandatarissen het beste geplaatst om de vormgeving van een digitaal platform mee te begeleiden en nadien te beheren. De OVB heeft er daarom voor geijverd om het beheer van het CRCSR aan hen te laten toekennen.

De OVB heeft altijd het recht op toegang tot de rechter verdedigd tegen de stijgende kosten van gerechtelijke procedures. Ze vindt de regeling waarbij de aanwending van een objectief ter beschikking staand proceduremiddel gepenaliseerd kan worden, omdat niet een goedkopere buitengerechtelijke procedure werd aangewend, dan ook strijdig met het recht op toegang tot de rechter.

Verder heeft de OVB ervoor gezorgd dat de hervorming van de procedure voor de rechtbank van koophandel niet werd opgenomen in het wetsontwerp omdat ze de regeling zoals voorgesteld in een eerdere versie van het voorontwerp niet in overeenstemming achtte met het recht op een eerlijk proces.

Hoe?

De commissie schuldbemiddeling heeft talrijke vergaderingen gewijd aan de hervorming van de collectieve schuldenregeling. Zo konden in nauw overleg met het kabinet de eerste krijtlijnen van de hervorming worden uitgetekend, en werd het pad naar de toewijzing van het CRCSR aan de Ordes geëffend.

De OVB heeft ervoor geijverd de regeling inzake de nutteloze kosten uit het wetsontwerp te laten schrappen of minstens te herschrijven. Oorspronkelijk kwam het foutieve karakter niet voor in de verwoording van de wijziging, maar na intensief protest van de OVB, werd toch het begrip ‘foutief’ uiteindelijk toegevoegd. Dat neemt niet weg dat de OVB zich principieel tegen de wijziging van art. 1017 Ger.W. verzet.

En verder?

De concrete uitwerking van het CRCSR moet nog worden vastgelegd in uitvoeringsregelgeving. De OVB-commissie schuldbemiddeling blijft hiervoor uiteraard in nauw overleg met het kabinet staan. De OVB volgt verder de rechtspraak inzake de toepassing van de regeling van de nutteloze kosten verder op. Ze blijft strijden tegen de voortdurende stijging van de kosten om een gerechtelijke procedure te volgen.