Hervorming beroepsopleiding

Wat?

In 2014, vijf jaar na de start van de vernieuwde beroepsopleiding in september 2009, evalueerde de commissie beroepsopleiding de stagelessen. Ze adviseerde een grondige hervorming en ging aan de slag met nieuwe ideeën en actiepunten.

Waarom?

De uitstroom van afgestudeerde masters in de rechten is erg verschillend. De BAMA-hervorming heeft ervoor gezorgd dat heel wat materieel recht gedoceerd wordt in de eerste jaren van de rechtenopleiding, waardoor studenten in de laatste jaren hun vakkenpakket haast volledig zelf kunnen invullen. Dat levert masters in de rechten op die al erg vervreemd zijn van het materieel recht én masters die onderling een volledig ander studietraject hebben doorlopen. De beroepsopleiding moet beter inspelen op die problemen.

Uit de evaluatie bleek bovendien dat de huidige beroepsopleiding veel te theoretisch is en aan te grote groepen stagiairs wordt gedoceerd. De hervormde beroepsopleiding moet op kleinere schaal georganiseerd worden en moet meer aandacht besteden aan de praktische kant, die aansluit op het theoretische luik. Ze moet ook meer focussen op communicatie.

Hoe?

De commissie beroepsopleiding legde in 2015 al een tienpuntenplan voor aan de algemene vergadering. Die besliste toen principieel dat de beroepsopleiding vóór de stage moet plaatsvinden. De stage zelf zou dan ingekort kunnen worden tot bijvoorbeeld 18 maanden in plaats van 3 jaar.

Na die belangrijke beslissing door de algemene vergadering zat de commissie beroepsopleiding samen met de docenten deontologie, burgerlijk procesrecht, strafprocesrecht en communicatie. De docenten kregen carte blanche om de inhoud en duur van hun lessen uit te werken. Zij willen naast een beperkte theoretische opleiding vooral veel aandacht besteden aan werkcolleges.

Omdat de hervorming van de beroepsopleiding ook een impact heeft op het statuut van de advocaat, overlegde de OVB ook al verschillende keren met het kabinet Sociale Zaken.

En verder?

De OVB zal nu samen met de balies/stagescholen het opleidingsprogramma in detail uitwerken en voorleggen aan de algemene vergadering. Een samenwerking met de universiteiten wordt nog afgetoetst. Verder overleg met de FOD Justitie en het kabinet Sociale Zaken is noodzakelijk voor de nodige aanpassingen in het Gerechtelijk Wetboek.