Definitie vrije beroepen

Wat?

Het Wetboek van Economisch Recht (WER) regelt het leeuwendeel van de aspecten gerelateerd aan economische activiteiten en mededinging. Het is van toepassing op ondernemingen, en daar de advocaat ondernemer is dus ook op hem. In het voorontwerp van het nieuwe Boek XX Insolventie van het WER werd een voorstel van nieuwe definitie van het vrije beroep opgenomen.

Door die nieuwe definitie zouden elementaire wettelijke waarborgen van het vrije beroep dreigen weg te vallen of te worden uitgehold. Zo stonden de permanente bijscholing, de voor het vrije beroep zo typische deontologie en de bij wet of door de beroepsgroep ingestelde tuchtorganen niet in de definitie.

Waarom?

De OVB heeft als wettelijke opdracht om niet alleen de belangen van de beroepsgroep te beschermen, maar ook die van de consumenten/cliënten (art. 495, tweede lid Ger.W.). In onderhavig geval worden beide gediend met het behoud van de in artikel I.8.35° WER opgenomen waarborgen zoals deontologie, permanente vorming en een tuchtorgaan.

De eigenheid van de advocatuur en de beoefenaar van een vrij beroep moet gerespecteerd worden. Avocats.be, de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat en de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders steunden de OVB hierin.

 Hoe?

De OVB maakte eind april een duidelijk standpunt over aan de minister van Justitie. Daarin wijst ze op de grote voordelen die de huidige waarborgen bieden en op hun noodzakelijk bijna existentieel karakter.

 En verder…?

De OVB zal er blijven op toezien dat de definitie van de beoefenaars van een vrij beroep niet verder wordt uitgehold.