Online inschrijven stagiairs

Wat?

Sinds september 2016 kunnen kandidaat-stagiairs zich via een online invulformulier op www.advocaat.be aanmelden aan de balie waar ze zich wensen in te schrijven, de verwerking van die gegevens werd volledig geautomatiseerd.

Waarom?

De inschrijvingen van kandidaat-stagiairs waren elk jaar een zware administratieve rompslomp voor de baliesecretariaten. Diplad – de IT-dochteronderneming van de OVB – ontwikkelde deze functionaliteit in opdracht van de OVB om de efficiëntie van het werk aan de balies te vergroten. Geen dubbel werk, geen vergissingen bij het ingeven en overnemen van gegevens én administratieve vereenvoudiging.

Hoe?

De kandidaat-stagiair geeft alle gegevens die nodig zijn voor de inschrijving via een invulformulier online op. Zodra de kandidaat-stagiair is aanvaard door de raad van de Orde en nadat de gegevens gecontroleerd zijn door de baliemedewerker, worden die gegevens met één druk op de knop ingeladen in het balieprogramma. Bovendien wordt het dossier dat elke advocaat heeft in dat programma – dat aan de balies gebruikt wordt voor het beheer van de gegevens van de advocaten – automatisch aangemaakt. Een werk van weken gebeurt nu in enkele uren.

 

Hervorming beroepsopleiding

Wat?

In 2014, vijf jaar na de start van de vernieuwde beroepsopleiding in september 2009, evalueerde de commissie beroepsopleiding de stagelessen. Ze adviseerde een grondige hervorming en ging aan de slag met nieuwe ideeën en actiepunten.

Waarom?

De uitstroom van afgestudeerde masters in de rechten is erg verschillend. De BAMA-hervorming heeft ervoor gezorgd dat heel wat materieel recht gedoceerd wordt in de eerste jaren van de rechtenopleiding, waardoor studenten in de laatste jaren hun vakkenpakket haast volledig zelf kunnen invullen. Dat levert masters in de rechten op die al erg vervreemd zijn van het materieel recht én masters die onderling een volledig ander studietraject hebben doorlopen. De beroepsopleiding moet beter inspelen op die problemen.

Uit de evaluatie bleek bovendien dat de huidige beroepsopleiding veel te theoretisch is en aan te grote groepen stagiairs wordt gedoceerd. De hervormde beroepsopleiding moet op kleinere schaal georganiseerd worden en moet meer aandacht besteden aan de praktische kant, die aansluit op het theoretische luik. Ze moet ook meer focussen op communicatie.

Hoe?

De commissie beroepsopleiding legde in 2015 al een tienpuntenplan voor aan de algemene vergadering. Die besliste toen principieel dat de beroepsopleiding vóór de stage moet plaatsvinden. De stage zelf zou dan ingekort kunnen worden tot bijvoorbeeld 18 maanden in plaats van 3 jaar.

Na die belangrijke beslissing door de algemene vergadering zat de commissie beroepsopleiding samen met de docenten deontologie, burgerlijk procesrecht, strafprocesrecht en communicatie. De docenten kregen carte blanche om de inhoud en duur van hun lessen uit te werken. Zij willen naast een beperkte theoretische opleiding vooral veel aandacht besteden aan werkcolleges.

Omdat de hervorming van de beroepsopleiding ook een impact heeft op het statuut van de advocaat, overlegde de OVB ook al verschillende keren met het kabinet Sociale Zaken.

En verder?

De OVB zal nu samen met de balies/stagescholen het opleidingsprogramma in detail uitwerken en voorleggen aan de algemene vergadering. Een samenwerking met de universiteiten wordt nog afgetoetst. Verder overleg met de FOD Justitie en het kabinet Sociale Zaken is noodzakelijk voor de nodige aanpassingen in het Gerechtelijk Wetboek.

 

BOM-wet en informaticarecherche

Wat?

Op kerstdag 2016 werd de hervorming van de BOM-wetgeving definitief goedgekeurd. Dat betekent, vooral in de cybersfeer, een aanzienlijke uitbreiding van de bevoegdheden van de procureur des Konings en van de politie.

Zo bevat het Wetboek van Strafvordering voortaan een uitdrukkelijke rechtsgrond voor het doorzoeken van informaticasystemen en voor de uitbreiding daarvan tot een netwerkzoeking.

De tapmaatregel onderging eveneens ingrijpende wijzigingen, zodat hij voortaan ook buiten de transmissiefase kan plaatsvinden en de onderzoeksrechter kan bevelen dat de politie vanop afstand of ter plaatse het informaticasysteem binnendringt om het op die manier, zonder medeweten van de betrokkene, te doorzoeken naar bewijzen.

Ten slotte laat het nieuwe art. 46sexies Sv. de politie toe om te infiltreren op het internet, op voorwaarde van de enkele machtiging van (opnieuw) alleen het Openbaar Ministerie.

Waarom?

De OVB staat bijzonder kritisch tegenover die hervorming en is zeer bezorgd om de nieuwe onderzoeksmaatregelen die het Openbaar Ministerie verstrekkende bevoegdheden schenken om het digitale leven van de burger, zonder rechterlijke controle, diepgaand uit te pluizen. De wet bevat geen duidelijke sanctie voor schendingen van de procedureregels die gevolgd moeten worden bij het stellen van zulke ingrijpende onderzoekshandelingen.

Daarom beschouwde de OVB het als haar plicht om bij de wetgever aan te dringen op een betere grondrechtenbescherming van alle betrokkenen.

Hoe?

De OVB-studiedienst heeft het wetsontwerp onderzocht en stelde een kritisch standpunt op. Dat verdedigde hij tijdens een hoorzitting voor de Kamercommissie Justitie op 20 september 2016. Enkele opmerkingen:

  • Nergens in het wetsontwerp is bepaald dat de zoeking in een informaticasysteem doelgericht moet gebeuren, terwijl het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat wel lijkt te vereisen.
  • Er is geen stelselmatig inzagerecht voor de partijen in het gewone strafdossier.
  • Het ontworpen art. 39 Sv. bevat, in tegenstelling tot art. 90octies Sv., geen bescherming voor het beroepsgeheim van advocaten wier informaticasystemen doorzocht worden.

Ten slotte pleitte de OVB voor een duidelijke, wettelijk bepaalde nietigheidssanctie in geval van procedurefouten.

En verder…?

Ondanks nadrukkelijk protest van de OVB werd de wet toch aangenomen. De OVB voelt zich echter gesteund door de kritiek die ook in academische kringen te horen is op de verregaande bevoegdheden voor politie en parket. Zij volgt de hervorming van het Wetboek van Strafvordering dan ook op de voet en zal tijdens die gesprekken eens te meer aandringen op een beter evenwicht tussen de bevoegdheden van het Openbaar Ministerie en de rechten van de verdediging.

 

Hervorming juridische tweedelijnsbijstand

Wat?

De juridische tweedelijnsbijstand (pro Deo) werd met ingang van 1 september 2016 op een aantal punten grondig gewijzigd door de minister van Justitie.

Continue reading Hervorming juridische tweedelijnsbijstand