15 jaar OVB-OBFG

 Wat?

In 2016 vierden OVB en OBFG plechtig hun 15-jarig bestaan.

Door de wet van 4 juli 2001 zagen de twee communautaire Ordes het licht: de Orde van Vlaamse Balies en de Ordre des barreaux francophones et germanophone. Die wet was een rechtstreeks gevolg van de verklaring van ’s Gravenwezel en de daaropvolgende ontbinding van de Belgische Nationale Orde en de oprichting van de Vereniging van Vlaamse Balies en de Conférence des barreaux francophones et germanophone.

Na de goedkeuring van hun reglementen van orde door de Koninklijke Besluiten van 17 februari 2002 startte de eigenlijke inwerkingtreding van beide Ordes op 1 mei 2002.

Beide Ordes beschikken over een raad van bestuur en algemene vergadering, maar geven aan die organen een andere invulling.

  • Bij de OVB zetelen, naast de stafhouders, ook afgevaardigden van de balies in de algemene vergadering. Bij de OBFG is dat niet het geval en bestaat de algemene vergadering enkel uit de stafhouders.
  • Bij de OVB geldt geen beperking op het aantal op te nemen bestuursmandaten. Bij de OBFG is dat wel het geval.
  • Bij de OVB kan men meer dan één termijn voorzitter zijn. Bij de OBFG blijft een voorzitter maximaal één bestuursperiode aan.

De beide Ordes ontplooiden elk op hun beurt een veelzijdige werking, vaardigden een uitgebreide regelgeving uit die een sterk uniformiserend effect had op de lokale baliediversiteit en positioneerden zich op basis van hun brede bevoegdheid in art. 495 Ger. W. tot slagkrachtige actoren in het Belgische maatschappelijke en politiek bestel.

 Hoe?

De OVB en de OBFG vertrouwden de redactie van een gedenkboek toe aan rechtshistorici Bart Coppein en Jérôme de Brouwer. Op 6 december werd het boek #Advocaat-Avocat voorgesteld tijdens een plechtigheid in het Paleis voor Schone Kunsten te Brussel en kreeg gewezen stafhouder Fred Erdman het eerste exemplaar. Hij speelde als toenmalig voorzitter van de Kamercommissie Justitie een sleutelrol bij de totstandkoming van die wet van 4 juli 2001.

Het boek telt 365 pagina’s. Het eerste deel blikt terug op de doodsstrijd van de Nationale Orde, de vorming van de Vereniging van Vlaamse Balies en de Conférence des barreaux francophones et germanophone en de oprichting van de OVB en OBFG en plaatst die in het historische kader van de gezamenlijke belangenbehartiging van de advocatuur sinds het einde van de 19de eeuw. Het tweede deel bevat een uitgebreid beeldkatern. Daarnaast werpen de gewezen voorzitters en stafhouders hun licht op de toekomstige uitdagingen waarvoor OVB en OBFG staan.

 En verder…?

De schaalvergroting van de gerechtelijke arrondissementen, de aanzienlijke toename van het aantal advocaten, de gewijzigde verwachtingen van cliënten ten aanzien van de advocatuur, de noodzaak om de toegang tot justitie voor alle burgers te garanderen en de informatisering van justitie dwingen beide Ordes tot een grondige zelfreflectie. Een kerntakendebat over de bevoegdheden tussen lokale balies en de communautaire Ordes en een meer efficiënte krachtenbundeling in het belang van advocaten en rechtzoekenden is onontkoombaar en voorspelt een toekomstige transformatie van de communautaire Ordes naar een daadwerkelijke Orde van Vlaamse Advocaten en een Ordre des avocats francophones et germanophones.

 

Save

Save

Save

Save

Music for Life – SOS Kinderdorpen

 Wat?

In 2016 nam de OVB deel aan de Music for Life-actie van Studie Brussel. Music for Life zamelt rond de kerstperiode geld in voor honderden goede doelen. De OVB koos voor de Belgische projecten van SOS Kinderdorpen.

 Waarom?

Met deze actie ondersteunt de OVB de rechten van kinderen wereldwijd. SOS Kinderdorpen is zowel in België als over heel de wereld actief bij de opvang van kinderen in een moeilijke thuissituatie.

 Hoe?

De OVB riep alle Vlaamse advocaten op om op 19 december 2016 1 Hour for Life te werken. De waarde van dat uur x het aantal medewerkers konden advocaten integraal storten aan SOS Kinderdorpen. Meer dan 600 advocaten en medewerkers – of zo’n 120 kantoren – lieten hun groot hart zien, waardoor de OVB € 35.648 inzamelde!

Centraal Register Solvabiliteit

Wat?

Via de wet van 1 december 2016 vertrouwde de wetgever het Centraal Register Solvabiliteit toe aan de OVB en OBFG. Via dat register kunnen rechtbanken (rechters, rechter-commissarissen en griffiers), curatoren en schuldeisers op elektronische wijze de belangrijkste documenten van een faillissementsdossier opstellen, ondertekenen en uitwisselen. Het register zal gefinancierd worden door een inkomstenmodel op basis van retributies, die verschuldigd zijn op het elektronische beheer van de dossiers en het elektronisch indienen van schuldvorderingen.

Waarom?

De OVB zet al sinds 2011 voluit in op de ontwikkeling van een Digitaal Platform voor de Advocaat en drong bij Justitie herhaaldelijk aan op de realisatie van een daadwerkelijke elektronische procesvoering. Het Centraal Register Solvabiliteit vormt daar een belangrijke stap in aangezien het bijdraagt tot de informatisering van de rechtbanken van koophandel.

Hoe?

Na een lang proces kozen OVB en OBFG ervoor om de ontwikkeling van het Centraal Register over te laten aan Aginco nv. Beide Ordes blijven wel beheerder en eigenaar van de software.

En verder?

De inwerkingtreding van het Register was gepland voor 31 december 2016, maar moest worden uitgesteld naar 1 april 2017. Inmiddels is het Register toegankelijk voor rechtbanken en curatoren via private.regsol.be en voor schuldeisers en belanghebbenden via regsol.be.

Potpourri IV

Wat?

De vierde Potpourriwet bevat diverse bepalingen van zowel strafrechtelijke als burgerrechtelijke aard. Twee zaken uitgelicht:

Centraal Register Collectieve Schuldenregelingen

OVB en OBFG krijgen de opdracht om een Centraal Register Collectieve Schuldenregelingen (CRCSR) op te zetten en te beheren (artikelen 1675/20 tot en met 1675/26 Ger.W.). Dat CRCSR zal worden opgevat als een digitaal platform met toegang voor de diverse actoren in een collectieve schuldenregeling.

Penaliseren nutteloze kosten

In artikel 1017 eerste lid Ger.W. wordt een wijziging doorgevoerd, om een procespartij te penaliseren voor de nutteloze kosten die zij op foutieve wijze veroorzaakt: “Niettemin worden nutteloze kosten, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in artikel 1022, zelfs ambtshalve ten laste gelegd van de partij die ze foutief heeft veroorzaakt”. Het als dusdanig penaliseren van ‘procesmisbruik’ kan enkel worden gezien in de ruimere beweging waarin men ernaar streeft om de rechtbanken te ontlasten. De ontmoediging om de wettelijk bepaalde proceduremiddelen te gebruiken kan tevens niet los worden gezien van de nieuwe ‘administratieve’ procedure invordering van onbetwiste geldschulden (art. 1394/20 e.v. Ger.W., cfr. PP I). Het niet aanwenden van die nieuwe procedure bij het invorderen van een onbetwiste geldschuld kan aanleiding geven tot het veroordelen van de in het gelijk gestelde partij tot de proceskosten.

Waarom?

Advocaten-schuldbemiddelaars zijn als de bevoegde gerechtelijk mandatarissen het beste geplaatst om de vormgeving van een digitaal platform mee te begeleiden en nadien te beheren. De OVB heeft er daarom voor geijverd om het beheer van het CRCSR aan hen te laten toekennen.

De OVB heeft altijd het recht op toegang tot de rechter verdedigd tegen de stijgende kosten van gerechtelijke procedures. Ze vindt de regeling waarbij de aanwending van een objectief ter beschikking staand proceduremiddel gepenaliseerd kan worden, omdat niet een goedkopere buitengerechtelijke procedure werd aangewend, dan ook strijdig met het recht op toegang tot de rechter.

Verder heeft de OVB ervoor gezorgd dat de hervorming van de procedure voor de rechtbank van koophandel niet werd opgenomen in het wetsontwerp omdat ze de regeling zoals voorgesteld in een eerdere versie van het voorontwerp niet in overeenstemming achtte met het recht op een eerlijk proces.

Hoe?

De commissie schuldbemiddeling heeft talrijke vergaderingen gewijd aan de hervorming van de collectieve schuldenregeling. Zo konden in nauw overleg met het kabinet de eerste krijtlijnen van de hervorming worden uitgetekend, en werd het pad naar de toewijzing van het CRCSR aan de Ordes geëffend.

De OVB heeft ervoor geijverd de regeling inzake de nutteloze kosten uit het wetsontwerp te laten schrappen of minstens te herschrijven. Oorspronkelijk kwam het foutieve karakter niet voor in de verwoording van de wijziging, maar na intensief protest van de OVB, werd toch het begrip ‘foutief’ uiteindelijk toegevoegd. Dat neemt niet weg dat de OVB zich principieel tegen de wijziging van art. 1017 Ger.W. verzet.

En verder?

De concrete uitwerking van het CRCSR moet nog worden vastgelegd in uitvoeringsregelgeving. De OVB-commissie schuldbemiddeling blijft hiervoor uiteraard in nauw overleg met het kabinet staan. De OVB volgt verder de rechtspraak inzake de toepassing van de regeling van de nutteloze kosten verder op. Ze blijft strijden tegen de voortdurende stijging van de kosten om een gerechtelijke procedure te volgen.