BOM-wet en informaticarecherche

Wat?

Op kerstdag 2016 werd de hervorming van de BOM-wetgeving definitief goedgekeurd. Dat betekent, vooral in de cybersfeer, een aanzienlijke uitbreiding van de bevoegdheden van de procureur des Konings en van de politie.

Zo bevat het Wetboek van Strafvordering voortaan een uitdrukkelijke rechtsgrond voor het doorzoeken van informaticasystemen en voor de uitbreiding daarvan tot een netwerkzoeking.

De tapmaatregel onderging eveneens ingrijpende wijzigingen, zodat hij voortaan ook buiten de transmissiefase kan plaatsvinden en de onderzoeksrechter kan bevelen dat de politie vanop afstand of ter plaatse het informaticasysteem binnendringt om het op die manier, zonder medeweten van de betrokkene, te doorzoeken naar bewijzen.

Ten slotte laat het nieuwe art. 46sexies Sv. de politie toe om te infiltreren op het internet, op voorwaarde van de enkele machtiging van (opnieuw) alleen het Openbaar Ministerie.

Waarom?

De OVB staat bijzonder kritisch tegenover die hervorming en is zeer bezorgd om de nieuwe onderzoeksmaatregelen die het Openbaar Ministerie verstrekkende bevoegdheden schenken om het digitale leven van de burger, zonder rechterlijke controle, diepgaand uit te pluizen. De wet bevat geen duidelijke sanctie voor schendingen van de procedureregels die gevolgd moeten worden bij het stellen van zulke ingrijpende onderzoekshandelingen.

Daarom beschouwde de OVB het als haar plicht om bij de wetgever aan te dringen op een betere grondrechtenbescherming van alle betrokkenen.

Hoe?

De OVB-studiedienst heeft het wetsontwerp onderzocht en stelde een kritisch standpunt op. Dat verdedigde hij tijdens een hoorzitting voor de Kamercommissie Justitie op 20 september 2016. Enkele opmerkingen:

  • Nergens in het wetsontwerp is bepaald dat de zoeking in een informaticasysteem doelgericht moet gebeuren, terwijl het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat wel lijkt te vereisen.
  • Er is geen stelselmatig inzagerecht voor de partijen in het gewone strafdossier.
  • Het ontworpen art. 39 Sv. bevat, in tegenstelling tot art. 90octies Sv., geen bescherming voor het beroepsgeheim van advocaten wier informaticasystemen doorzocht worden.

Ten slotte pleitte de OVB voor een duidelijke, wettelijk bepaalde nietigheidssanctie in geval van procedurefouten.

En verder…?

Ondanks nadrukkelijk protest van de OVB werd de wet toch aangenomen. De OVB voelt zich echter gesteund door de kritiek die ook in academische kringen te horen is op de verregaande bevoegdheden voor politie en parket. Zij volgt de hervorming van het Wetboek van Strafvordering dan ook op de voet en zal tijdens die gesprekken eens te meer aandringen op een beter evenwicht tussen de bevoegdheden van het Openbaar Ministerie en de rechten van de verdediging.